Wanneer een krachtige emotie ons eenmaal in haar greep krijgt, voelt zij niet langer als een emotie. Zij voelt als de uiteindelijke waarheid over onszelf, de ander en de wereld.
Woede vertelt ons dat ons onrecht is aangedaan. Schaamte vertelt ons dat we verachtelijk zijn. Angst zegt dat de ramp al begonnen is. Verlatenheid zegt dat we voorgoed alleen zijn. Het gevoel presenteert zich niet als één mogelijke ervaring van wat er gebeurt. Het verschijnt als de werkelijkheid zelf.
In dat opzicht kan zelfs de meest welbespraakte volwassene plotseling op een ontroostbaar kind lijken. Voor het kind dat alleen wordt gelaten, bestaat er nog geen geruststellend onderscheid tussen: moeder is even in de andere kamer en moeder is verdwenen. Het kind voelt zich niet alleen verlaten. Op dat moment ís verlatenheid de hele wereld.
Iets daarvan leeft in ieder van ons voort. Wanneer een oude angst of een oud verlangen wordt geraakt, verliest het heden zijn grenzen. Een bericht dat uitblijft wordt het bewijs dat we er niet meer toe doen. Een afwezige blik wordt afwijzing. Een meningsverschil wordt verraad.
Wat maakt het dan mogelijk om midden in die heftigheid een reflecterende stap terug te doen, zonder het gevoel te ontkennen?
Naast het gevoel moet, hoe aarzelend ook, het besef ontstaan dat de ander niet de volledige oorzaak is van wat ik voel. De ander kan het hebben aangeraakt, gewekt, versterkt of er een gezicht aan hebben gegeven. De ander kan de persoon zijn langs wie het gevoel mij bereikt.
Maar het gevoel begint niet volledig in de ander.
Dat besef verandert alles.
Uit Crossing the River, een boek in wording.
← TERUG NAAR PUBLICATIES